Volvo-Classic.com

SU carburateurs, afstellen.

Samenvatting:
Afstellen van SU-carburateurs is een heel precies werkje, waarvoor rustig de tijd moet worden genomen. Er is ook speciaal gereedschap voor nodig. Bij deze afstelling wordt gebruik gemaakt van een set speciaal gereedschap van Midlock-PSW; de set heet WSU 2.

1. Algemene informatie.

De SU-carburateur heeft een vertikale zuiger die er voor zorgt dat er bij de sproeier steeds een aangepast vacuum aanwezig is.
Er is slechts één, vertikaal verstelbare sproeier die, mits stationair nauwkeurig afgesteld, er voor zorgt dat bij wisselende belasting en wisselende toerentallen, steeds een juist mengsel geproduceerd wordt.

Het vacuum, dat voorbij de zuiger en venturibus aanwezig is, verplaatst zich boven de zuiger, zodat deze door het drukverschil gelicht wordt. Als de zuiger gelicht wordt gaat ook de sproeiernaald mee omhoog en zal dus meer benzine uit de sproeier laten passeren.

Het is duidelijk dat het heel erg belangrijk is dat de naald vrij kan bewegen en precies in de sproeier past. Vervuiling van de zuiger, een beschadigde sproeiernaald of verkeerd gecentreerde sproeierbuis kunnen oorzaak van een verkeerd mengsel zijn. Daarbij is het goed om te weten dat waar de carburateurs 30.000 km of meer op LPG hebben "gedraaid", zowel de sproeiernaald als de -buis vervangen moeten worden, als gevolg van slijtage van de naald.

Als de basisconditie van zuiger, naald of sproeier niet goed is, heeft het geen zin om de carburateurs te gaan synchroniseren en verder af te stellen.

De carburateur heeft een schokdemper, los te draaien met het zwarte knopje aan de bovenkant. Als de schokdemper losgedraaid, en daarna omhoog getild en verwijderd wordt, kan de testhuls in de holle zuigerstang gedrukt worden. Op deze manier kan de zuiger in de hoogste stand getrokken worden.

2. Controle zuiger en venturibus.

Dit is een zeer belangrijke controle en moet voor alle andere tests worden uitgevoerd.

Verwijder de schokdemper en druk een testhuls in de holle zuigerstang. Licht de zuiger met de testhuls op en laat hem vallen. De zuiger moet vrioj vallen en bij het neerkomen moet er een metaalklank te horen zijn. Als deze niet hoorbaar is, kan dat betekenen dat de zuiger niet helemaal vrij valt. De oorzaak daarvan kan liggen aan een vervuilde naald of sproeier, of door een lichte verbuiging van de naald of een verkeerde centrering van de sproeier.

Het is mogelijk dat één van de genoemde afwijkingen te gering is om het te kunnen horen, maar toch wel voldoende om de motor slecht stationair te laten lopen. De volgende test moet hierover al meer informatie leveren.

Laat de motor lopen en geef kleine stootjes gas. De beide zuigers moeten op elke verandering reageren. Dat is goed te zien aan de beweging van de testsprieten, boven op de testhuls.

Een beschadigde sproeiernaald zal bij stationair toerental een te rijk mengsel veroorzaken en zal dus vervangen moeten worden. Het centreren van de sproeier wordt bij de volgende test beschreven.

3. Centreren van de sproeier.

Demonteer de vacuumkamer en vervang de sproeiernaald in de zuiger door de Midlock centreerpen. Houdt tijdens het demonteren van de vacuumkamer de zuiger steeds omhoog in de hoogste stand dmv een testhuls.

Draai de mengsel stelmoer onder aan de carburateur terug.

Draai de borgmoer een beetje los, waardoor de sproeier zich eniogszins zijdelings kan bewegen.

Monteer nu de zuiger weer, met de centreerpen. Monteer ook de vacuumkamer. Druk de zuiger, nu voorzien van de centreerpen, naar beneden met de testhuls. De centreerpen zal nu in de losliggende sproeier glijden en hem centreren.

Draai de borgmoer van de sproeierbuis weer vast en controleer of de centreerpen nog steeds vrij kan bewegen in de sproeier.

Demonteer de vacuumkamer en de zuiger en vervang de centreerpen weer door de sproeiernaald. Conytroleer of de naald helemaal schoon en recht is. Door de naald op een vlakke plaat te leggen en te draaien kan vastgesteld worden of de naald volledig recht is. Twijfel is vervangen.

Nadat de zuiger weer is gemonteerd wordt opnieuw gecontroleerd of dce zuiger vrij kan vallen en of er een duidelijke metalen klik te horen is. Zo niet, dan opnieuw de hele procedure herhalen.

NB; Houdt bij het demonteren en het monteren van de vacuumkamer steeds de zuiger in de hoogste positie dmv een testhuls. Dit voorkomt mogelijke verbuiging van de sproeiernaald.

4. Synchroniseren van beide carburateurs

Maak de klembouten van de as die de beide carburateurs met elkaar verbindt, los.

Demonteer beide luchtfilters.

Draai de twee stelschroeven zover terug dat de beide gaskleppen geheel gesloten zijn.

Draai nu de stelschroeven 1,5 slag in. Dit is de basisinstelling.

Start de motor en laat deze draaien op ongeveer 1000 toeren. Meet met een synchrometer de kracht van de luchtstroom die aangezogen wordt. Neem de carburateur met de laagste waarde en draai aan de betreffende stelschroef zodat de luchtwaarde exact dezelfde waarde heeft van die van de andere carburateur.

Draai nu de klembouten weer vast en verbindt zo de beide carburateurs weer. Controleer nogmaals de luchtwaarde.

Laat de motor nu draaien op 3000 toeren en controleer opnieuw of de luchtwaardes van beide carburateurs gelijk zijn. Het kan zijn dat de beide carburateurs bij stationair toerental goed gesynchroniseerd zijn, maar bij een hoger toerental uit de pas lopen doordat één van de carburateurs "achter" loopt. Corrigeer dit door de klembout van de betreffende carburateur iets te verstellen en zo de gasklep iets voor te spannen. Dit heeft geen effect op de synchronisatie van het stionaire toerental.

5. Afstellen van het mengsel

De motor moet op bedrijfstemperatuur zijn; de kleppen en de ontsteking goed afgesteld.

Laat de motor stationair draaien.

Trek dmv een testhuls de zuiger van één carburateur 0,8 mm omhoog. Het mengsel wordt nu iets armer, maar dit mag nagenoegd geen invloed hebben op het toerental. Zakt het toerental aanzienlijk of slaat de motor af, dan is het mengsel te arm. De mengselmoer aan de onderkant iets uitdraaien en de proef herhalen. Stijgt het toerental aanzienlijk, dan is het mengsel te rijk, en moet de mengselmoer aan de onderkant iets worden ingedraaid totdat het effect correct is.

Breng de motor op 3000 toeren en fixeer het daarop. Trek mbv een testhuls één zuiger 5 mm omhoog. Dit mag het regelmatig lopen van de motor niet beinvloeden. Als het mmengsel bij stationair toerental correct is, maar bij hoger toerental te arm, dan zal een versleten sproeiernaald de oorzaak zijn. Wordt een mengsel bij hoger toerental te rijk, dan is valse lucht een waarschijnlijke oorzaak.

NB. Het mengsel alleen bij stationair toerental afstellen.




Terug | Printen