Volvo-Classic.com

De geschiedenis van de Volvo P1800 en de 1800ES

  

De geschiedenis van de 1800/1900 begint met ontwikkelingen in de Amerikaanse auto-industrie begin 50-er jaren. Eén van de opvallende dingen daarin is de belangstelling voor carrosserieën ontwikkeld van polyester. Bij Volvo leidde dat ondermeer tot nieuwe ideeën over een te ontwikkelen sportwagen, waarbij de gedachten uitgingen naar een polyester carrosserie op een onderstel van de PV. Zoals altijd nam Volvo ruim de tijd voor haar ontwikkeling. Van prototype naar prototype leidde dat uiteindelijk in 1956 tot de opdracht om 100 auto te maken; de P1900 is geboren. Een auto van ruim 4,2 meter lang, 850 kg zwaar; zwaar leunend op de techniek van de PV444 en beschikkend over een handgeschakelde 3-bak. Helaas, helaas, de auto vertoonde teveel mankementen, ook in ogen van Gunnar Engellau, direkteur uit die tijd. Van hem gaat het verhaal dat hij in een weekend ruim 950 km met de auto gereden heeft en zo schrok van de belabberde kwaliteit van de auto dat hij ter plekke besloot de auto uit productie te nemen.

Met het uit de productie nemen van de P1900 waren de plannen van Volvo om een sportwagen op de markt te brengen echter nog niet opgegeven. Je kunt stellen dat het debacle met de P1900 alleen maar meer impuls heeft gegeven aan die ontwikkeling. Men wilde een auto met de byzondere combinatie van snelheid en styling aan de ene kant, maar wel gepaard gaande met degelijkheid en veiligheid. Na een hoop (intern) gedoe wordt uiteindelijk voor het definitieve model gekozen. Na diverse onderhandelingen in Europa wordt de 1800 een klassiek voorbeeld van de samenwerking in de automobielindustrie in Europa. Het koetsontwerp wordt ondersteund door Frua (Italië); de carrosseriebouw (tot 1970) door het Schotse Pressed Steel; en de assemblage door Jensen uit Engeland.

De combinatie van Pressed Steel en Jensen blijkt niet zo goed te bevallen. Uit de intensieve kwaliteitscontrole in Zweden blijkt de eerste jaren dat er veel auto’s geproduceerd worden met problemen. Hun roestvorming is b.v. legendarisch. Op grond daarvan beslist Volvo uiteindelijk de hele assemblage in 1963 naar Zweden te halen; vanaf dat moment spreken we ook over de 1800S.

De eerste P1800-serie werd uitgerust met het B18B-motorblok, met 90 DIN-pk en 2 SU-carburateurs. Dit blok werd ook al toegepast in PV544 en de Amazon. Zelf de eerste 140-auto’s zijn nog uitgerust met dit blok. In 1964 werd het vermogen van het blok verder opgevoerd door de compressieverhouding iets te verhogen en snellere nokkenassen te monteren. We praten dan over 96 pk, in 1968 opgevolgd door de B20B-motoren van 100 pk en meer; tot de 124 pk injectiemotor van de B20E.

Is de feitelijke productie op 7 mei 1961 begonnen, nadat het prototype in april 1960 gepresenteerd is in New York; de productie zal duren tot 27 juni 1973, dan rolt de laatste P1800ES van de band en zijn er in het totaal 47.485 van geproduceerd.



Terug | Printen