Volvo-Classic.com

De geschiedenis van de Volvo 240-serie


In het najaar van 1974  werd de Volvo 240 en 260-serie gelanceerd. Op het eerste gezicht zag dit nieuwe model van de Volvo 240 er net zo uit de voorgaande Volvo 140/160 serie, maar het nieuwe model was ook gebaseerd op de Volvo Experimental Safety Car; een experiment uit 1972 op het gebied van de auto veiligheid. Het McPherson veersysteem werd aan de voorzijde van  de nieuwe Volvo 240 gemonteerd en voor de achterwielophanging werd een gewijzigde ophanging gekozen die al was gemonteerd op de 140/160 serie. De remmen werden ook aangepast. De belangrijkste wijzigingen waren echter aan de motor.

Hoewel sommige modellen, waaronder de 242L, de B20A motor behield, kregen de meeste andere versies de nieuwe B21A 4 cilinder motor. Deze motor had een gietijzeren blok en een op 5 punten gelagerde krukas met een door een getande riem aangedreven bovenliggende nokkenas. De motor had een capaciteit van 2127cc met vermogens van 97 pk voor de B21A carburateur versie en 123 pk voor de B21E injectie versie.
Het 260 model had een nieuw ontworpen motor gezamenlijk ontwikkeld door Peugeot, Renault en Volvo (de PRV motor) - de V6 B27E met een inhoud van 2664cc en met 140pk. Het blok was van een aluminium legering uitgerust met natte cilinderbussen.

De nieuwe Volvo was  leverbaar in zes varianten van de 240 en twee van de 260. De 244GL was het meest luxe model en had de brandstof injectie motor en lederen bekleding. De 264GL had naar keuze lederen of pluche bekleding en was standaard uitgerust met elektrische ramen. Stuurbekrachtiging was standaard op de 244GL en de 264 modellen. Alle modellen hadden een keuze uit een handgeschakelde of een automatische versnellingsbak.

De nieuwe 1976-modellen werden geïntroduceerd in het najaar van 1975 en hadden verscheidene wijzigingen ondergaan. O.a. werd een carburateur versie van de B27 op de markt met een SU carburateur die een vermogen gaf van 125 pk, maar werd alleen maar gebruikt in de 264DL en de nieuwe 265DL. De keuze van de versnellingsbak werd ook mogelijk voor alle modellen. De B21A kreeg een nieuwe nokkenas welke het motorvermogen verhoogde tot 100 pk en de toepassing van de B20A motor werd beperkt als gevolg van nieuwe emissieregelgeving. De versnellingsbakken werden verder verbeterd en nieuwe handgeschakelde versnellingsbakken kwamen beschikbaar.

Volvo vierde haar 50e verjaardag in 1977 en bracht een limited edition versie uit van de 240, de 244DL "verjaardag" auto. De auto werd geleverd met metallic zilver lak met zwarte en gouden sierstrippen het interieur kreeg een speciale pluche bekleding. Het dashboardkastje was uitgerust met een zilveren plaquette met de tekst "Volvo 1927-1977." Speciale badges werden ook bevestigd aan de zijkanten van elke voorspatbord.
De Volvo 264GLE werd geïntroduceerd met een automatische versnellingsbak, lichtmetalen velgen en standaard airconditioning. In de Volvofabriek werden nieuwe kwaliteitscontroles ingevoerd omdat duidelijk was geworden dat de anticorrosie- en verfbehandelingen niet geleid hadden tot een betere bescheming tegen roest. Veel modellen uit 1975/76 leden namelijk aan ernstige roestproblemen.

Gedurende het jaar 1977 won Volvo de hoogste Britse onderscheiding voor de veiligheid van auto’s en in de VS werd de 240  gekozen als maatstaf om nieuwe veiligheidsnormen en richtlijnen te ontwikkelen voor de Amerikaanse automobielindustrie. Het aantal varianten van de 240 werd ook nog uitgebreid, om de verschillende markten met verschillende eisen op automobiel gebied te bedienen. De carrosserieën werden ook per land aangepast aan de plaatselijke eisen.

De nieuwe Volvo 262C van Bertone.
In maart 1977 toonde Volvo haar allernieuwste 260 model tijdens de Autosalon van Genève in Zwitserland, de 262C. Het model was vooral gericht op markten met een meer exclusieve smaak. De 262C was gebaseerd op de 264. In feite verscheepte Volvo complete 264 'bouwpakketten' van Zweden naar Bertone in Turijn. Zij bouwden deze dan op met een groot aantal wijzigingen. De stoelen werden bekleed met zwart leder en waren lager dan de stoelen in de  "normale" 240/260 modellen, de deuren hadden hardhouten panelen. Tijdens het productiejaar 1976-1977 werden er slechts 3.239 tweedeurs 262C 's gebouwd, Daarom werd de 262 C al in het voorjaar van 1977  gerestyled. In het begin was het model alleen verkrijgbaar in metallic zilver met een zwart vinyl dak, maar na de wijzigingen aan het model in 1979, zoals een nieuwe kofferdeksel, nieuwe achterlichten, voorspoiler en een nieuw design lichtmetalen wielen, kwamen er ook een metallic gouden en blauwe versie beschikbaar. 

In 1980 werd de 244GLT (Grand Luxe Touring) geintroduceerd. De  auto werd geleverd met een vier cilinder B23E motor met injectie en met een vermogen van140pk. In de 264GLT werd een nieuwe V6-motor met 141pk geintroduceerd. De auto was erg sportief en opvallend in zijn verschijning met een zwarte bodytrim, lichtmetalen velgen met laagprofiel banden en leder of pluche bekleding. De 244GL had een nieuwe B23A blok met 112 PK of de B23E met 136 pk. Een nieuwe V6-motor werd ook uitgebracht voor in de 264 serie, deze B28 had 155 PK. Alleen in Zweden werd de 240 Turbo uitgebracht met de B21ET motor met 155 PK. Dit model heeft nooit de Britse markt bereikt, omdat dit model niet kon worden omgebouwd naar rechts rijden door het afwijkende ontwerp van het uitlaatspruitstuk. Een paar zijn toch ingevoerd en daarvoor moest het spruitstuk speciaal voor worden aangepast om plaats te maken voor de stuurkolom.

De productie van de 262C werd in de zomer van 1980 tijdelijk stopgezet en vervolgens opnieuw opgestart in het voorjaar van 1981. Dit 1981 model had een nieuw ontworpen front en gerestylede bumpers, net als de andere Volvo 240/260 modellen. In totaal werden slechts 6.622 modellen van de 262C gemaakt. De meeste 262C's kwamen terecht in de VS en Europa. Het was dan ook een auto voor de veeleisende automobilist met o.a. getint glas, verwarmde voorstoelen, elektrisch bedienbare achteruitkijkspiegels en ramen maar ook met stuurbekrachtiging.

Het nieuwe 1981 model van de 240 serie werd uitgebracht in het najaar 1980. Het model had veel veranderingen ondergaan (zie mijn eigen blauwe Volvo 245GL uit 1981). De bumpers waren smaller, de koplampen waren vernieuwd en een nieuw ontworpen voorspoiler waren enkele van die wijzigingen. Tevens waren de knipperlichtunits aan de voorkant en de achterlichten aangepast. Binnen was er een nieuwe dashboard gemonteerd. Onder de motorkap waren ook vele veranderingen. De GL werd naast de B21A motor met 97 pk ook een B23A motor leverbaar met een vermogen van 112 pk. De hoge compressieverhouding van 10.3:1 van de B23A motor gaf aanleiding tot veel klachten van 'pingelen'. De GLE uitvoering had de B21E motor en de GLT de B23E motor die nu een lagere vermogen had van 136 pk. Verfijningen in de emissie controle werden eveneens geïntroduceerd op dit moment. De overdrive werd standaard op de meeste GL-, GLE- en GLT-modellen met handgeschakelde versnellingsbak automatisch uitgeschakeld zodra de versnellingspook werd terug gezet werd van de vierde versnelling naar de derde.

In 1983 krijgen alle modellen de benaming 240. Er waren drie verschillende motoren beschikbaar, de B21A met 106 pk, B23A met 112 pk en een diesel D24 met 82 pk. De GLT behield de B23E motor. Alle andere specificaties konden op bestelling worden geleverd. De B28E als enige V6 variant was nu alleen leverbaar in de 260. Dit model was uitgevoerd met een andere grille en een verhoogde motorkap. De 240 met de B23A motor werd vervolgens voorzien van een nieuwe vijfversnellingsbak. In 1984 werden nog meer wijzigingen werden aangebracht. Met wijziging van de cilinderkop van de B23E motor kreeg die een vermogen van129 pk De AW71 automatische versnellingsbak gebruikt op de 760 werd ook leverbaar voor de 240 serie. In 1985 werden motoren met 'lage wrijving' geïntroduceerd. Dit was om de levensduur van de motor te verhogen en het brandstofgebruik te reduceren. Talrijke wijzigingen werden aangebracht aan vele onderdelen van deze motor. Als nieuwe motor werd de B230 geïntroduceerd tegelijk met de introductie van een nieuwe twee liter B200 motor. Dit was ook het jaar dat Volvo stopte met de productie van de 260 serie.
 In 1986, het jaar dat er dan toe meer dan 2 miljoen exemplaren van de 240/260 serie waren gemaakt, kreeg de 240 toch weer flinke facelift. De voorkant van de auto werd aanzienlijk veranderd, met een nieuwe grille en motorkap en vernieuwde achteruitkijkspiegels.De kofferdeksel van de sedan was ook gewijzigd van een platte naar een meer ronder uiterlijk. Een extra hoog remlicht was gemonteerd op de achterruit. Bij de estate versie werd nu een achterklep met gelijmde achterruit geplaatst. Een drie-weg katalysator en lambdasonde werden in het motor systeem gemonteerd. Deze waren eerder gebruikt vanaf 1976 op modellen voor de Amerikaanse markt. Deze aanpassingen hadden wel tot effect dat het vermogen van de motor verminderde met ongeveer 10%. Het volgende jaar werden opties die in de jaren daarvoor als extra aangeschaft moesten worden, nu als standaard op de modellen geleverd, zoals o.a. hoofdsteunen voor de achterbank. Na deze toch wel grote wijzigingen zijn er tot het einde van de productie van de 200-serie in 1993 nog maar weinig wijzigingen aangebracht aan deauto. In Italie is er van 1991 tot 1993 als enig land de 240 Super Polar leverbaar geweest. Dit is de meest luxe versie van de 240 die er op de markt is geweest. Dit model was standaard voorzien van alle mogelijke extra's die je maar kon bedenken. Zoals o.a. lederen bekleding, airco, koplampwissers, stoelverwarming, cruise-control en speciale lichtmetalen velgen. Dit model was alleen leverbaar in drie metalic kleuren, petrol blue, grijs, en bordeaux rood. Op de linker en rechter voorschermen staat het woord "Super' (deze uitvoering is op dit moment erg populair in Nederland). Op de Nederlandse markt waren toen alleen nog maar de 240 Polar en de 240 GLE leverbaar.
Voor de Amerkaanse markt werd de speciale Volvo 240 classic op de markt gebracht. De laatste 1600 van de Volvo 240 classic serie  werden voorzien van een een uniek nummer. Ze hadden ook in carrosseriekleuren gespoten spiegels en grille. Er zijn ook een klein aantal van dit allerlaatste 240 model in andere landen verkocht, dit omdat de andere 240 modellen niet meer leverbaar waren. Het is toch een plaatje deze Amerikaanse  uitvoering.  In Japan kwam op het laatst ook nog een speciale uitvoering van de 240 op de markt. De Volvo 240 "TACK" het Zweedse woord voor "dag of tot ziens". Toch nog een waardig afscheid voor deze klassieker in de dop.

Bron: www.renemathot.nl




Terug | Printen